Als een schijnbaar niets (gedicht)
Als een schijnbaar niets Als een schijnbaar niets verschijn ik uit het niets, alsof een kwantumverstrengeling er plots gewoon is. Geen zoekende ogen die als een wildebras elke centimeter van het zicht willen ontdekken om opnieuw te leren zien. Een rustmoment is het, met zelfs een kleine glimlach die als een vertaling van mijn gemoedsrust zich wil laten zien. De zonnestralen? Die plots de donkere wolken breken om het mooie landschap te kunnen laten zien. Nee, al die geluiden die de wind met zich meedraagt, van opkomend leven, kwetterende vogelliederen tot de hoeven van het wilde leven. Een waar orkest dat steeds meer leden van de band van het leven wil laten horen in een nog nooit ontdekte schoonheid van het geluid. Mijn haren spelen met de wind, terwijl ik verder loop. Ik hoef me niet te laten dragen door een storm. Een mantel hoeft mij niet te beschermen tegen een oneindig tranendal. Ook hoeven vleugels mij niet te tillen, want ik ben al de zon die zachtjes op mij schijnt. Ik be...