Soms verdwijnt het kleine in de mist—
Soms verdwijnt het kleine in de mist— Soms verdwijnt het kleine in de mist— wat ik at, een paar dagen terug, of hoe scherp een teen kan schreeuwen tegen een tafelrand. En toch… er is een laag in mij die weet hoe pijn te dimmen, hoe herinneringen niet beginnen bij gisteren maar cirkelen door iets dat geen begin kent. Geen “vorig”, geen “later”— eerder een stroom waarin tijd zich anders vouwt, waar levens geen hoofdstukken zijn maar ademhalingen van één geheel. En toch… hier. Dit leven. Dit lichaam, deze straat, dat balkon in Dordrecht— waar twee kinderen, te klein voor beloftes, besloten: wij zullen geen ruzie maken. Alsof vrede toen al een heimwee was. We groeiden op tussen regels die niet van ons waren, tussen stemmen die harder waren dan liefde. Jij koos om erbij te horen, ik koos om te zien. En zien is soms een last die een kind niet dragen kan. Dus sloot ik mij af en bleef tegelijk open voor wat niemand uitsprak. Ik bleef op dat balkon, in gedachten, waar alles nog heel leek....