Vederlicht (gedicht)
Vederlicht Laat mijn hart niet meegaan in al die wisselende zwaartekrachten, maar laat me het gewoon zien. Smelten mijn woorden in het rond, terwijl ik in gedachten verder tol, gewichtloos zwevend met alle wolken, tot ik verder ga, snel als een komeet, als een speelbal tussen alle sterren, om neer te gaan, o, zo diep in de aarde, duister als een monster. Nooit te stillen eet het mij op. Verdwaal ik in het niets. En als mijn hand alles omvat, een eindeloze greep, sterrenstof en materie in het midden van mijn handpalm, kijk ik terug naar die altijd starende ogen in de spiegel van mijn ziel. Zonder begrepen woorden is er het oordeel dat mijn eigen hart velt. Wat heb ik lief? Waar ligt mijn falen? Welke strijd grijpt mij aan? Zijn ze er nog, al die demonen, in het niets verborgen, maar niet vergeten? Om ook te zien, in het oordeel de liefde, de pracht, de essentie die ik altijd voelen wil. Tot begrip is gekomen mijn geschreven oordeel, dat ik stee...