REIS (gedicht - poem)
REIS
Vingers hielden de jouwe vast.
Langzaam maakte deze klittenbol zich los.
En als onze laatste vingers elkaar
nog even weten te raken,
kijken we op.
Ontwaakt uit diepe gedachten
worden we wakker
met tranen in onze ogen,
een glimlach verscholen
en zoveel wat we nu begrijpen.
Zonder woorden geschreven in ons hart
klopt hetzelfde gevoel
als een mooi instrument in onze ziel.
En nu we elkaar langzaam niet meer aanraken,
verdwijn ik met de wind,
ga ik alvast vooruit,
aan elk zicht onttrokken,
maar altijd verbonden.
Liefde als kracht.
Ik laat los om te kunnen ontvangen:
een route van ons eeuwig hart.


Reacties
Een reactie posten
Een reactie zou mooi zijn...