Ongeremde Vreugde
Ongeremde Vreugde Koude handen vergezellen een glimlach die zich niet langer inhouden kan. IJskristallen prikkelen mijn gedachten tot een storm die ontwaakt. Diep vanbinnen leeft een hengst, verborgen in mijn karakter, altijd aanwezig, nooit werkelijk getemd. Wanneer mijn koude handen de sneeuwvlokken raken en ze zich verzamelen in mijn hand, breekt hij los — trouw als hij bleef terwijl de jaren verstreken — en galoppeert hij dwars door elke barrière heen. De serieuze blik verdwijnt. De oude man, omringd door regels, wordt bedolven onder een sneeuwlawine van spel en pret. Ik vorm een sneeuwbal en werp hem ver van mij vandaan. Hij spat uiteen tegen de muur: een explosie van wit, ijskristallen knarsen als een orkest van winterweer dat luidkeels verder speelt. Het is alsof ik een veel te oude jas uittrek. Onder lagen van gewoonte en gewicht verschijnt opnieuw de jongen die ik altijd was. Op de rug van de hengst, galopperend door de sneeuw, roep ik als een wilde krijger die de vreugd...